Over Benjamin Feliksdal

uk translate this page

 

Amsterdamse gastdocent/coach: ballet, jazzdans, urban dance en tap.
Tip: Maak dansers bewust van de achtergronden van de hedendaagse dans.
Vernieuwing en ontwikkeling van danstechnieken en –stijlen hoort ook bij die traditie!

 

Vanaf mijn achtste was ik al actief met dans bezig. Ik liet mij inspireren door musical- en showfilms uit de 50-er en 60-er jaren, met sterren als Fred Astaire, Gene Kelly, Cyd Charice, Debbie Reynolds, Leslie Caron, Vera Ellen en balletfilms als “The Red Shoes” met o.a Moira Shearer en Robert Helpman. In mijn jeugd nam ik veel tapdans- en acrobatieklessen. Ik was eigenlijk een fanatiek tapdanser en acrobaat. In die periode deed ik aan talentenjachten mee zoals het Cabaret der Onbekenden en Rock ’n Roll competities. Na mijn MULO opleiding begon ik op mijn vijftiende aan een serieuze dansopleiding bij de bekende school van Florrie Rodrigo in Amsterdam Daar heb ik de discipline aangeleerd die je nogig hebt om een professionele danser te worden. Florrie Rodrigo kon als geen ander jonge dansers inspireren, zodat ze tot de grenzen van hun kunnen wilden gaan. Die aanpak van instrueren en bevlogenheid heb ik voor mijzelf binnen het lesgeven en coachen ook als uitgangspunt genomen. Na de intensieve ballettrainingen met o.a stages in Rome bij “Balletto di Roma” van Pieter van de Sloot en de Rambert School of Ballet in London  werd ik in 1960 als beginnend danser bij Sonia Gaskells Nederlandse Ballet aangenomen. Vervolgens heb ik stap voor stap mijn danscarrière bij Het Nationale Ballet van Gaskell en Rudi van Dantzig met discipline tot het niveau vaan eerste solist (1961-1971) uitgebouwd.

 

Als betrokken danscoach/docent/trainer/instructeur/leraar zoek je naar een goede basis. Het gaat om het herkennen van de dansante en danstechnische potentie die bij iedere danser min of meer aanwezig is. Ik probeer als docent iedere leerling persoonlijk de ruimte te geven. Dat is belangrijk, vooral binnen de gegeven oefeningen van de aan te leren complexe bewegingstechnieken. De leerling kan dan spontaan reageren op de bewegingscorrecties en daardoor zijn eigen ideeën en emoties aan de gecorrigeerde beweging terug koppelen. Op deze manier bereid ik de beginnende danser voor om zelfstandig eigen accenten te leggen. Een ontspannen doceerhouding van de docent maakt het mogelijk dat alle gecorrigeerde bewegingen zowel danstechnisch als motorisch fysiek verwerkt kunnen worden.

 

Van jonge dansers die zich gretig en met passie willen bekwamen om zich voor te bereiden op een professionele danscarrière heb ik een positief beeld. Dit beeld wordt ook bevestigd in tv-programma’s zoals “So you think you can dance”. Maar die jonge dansers vergeten echter om zich te verdiepen en kennis te nemen van uiteenlopende bewegingstechnieken en dansstijlen. Mijn indruk is dat ze daar geen tijd voor krijgen of nemen. Dat aandachtspunt vraagt om eigen initiatief!

 

Een living kunnen maken van je dansprofessie vraagt om een strakke discipline  om het uiteindelijke doel te kunnen bereiken. Zelfbewustzijn, creativiteit, in beeldend denken, zelfkritiek en overtuigingskracht zijn belangrijke sleutelbegrippen. Een oppervlakkige benadering vanuit de dansstudent zal niet tot de gewenste resultaten leiden. Programma’s zoals “So you think you can dance” geven daarom wel te denken. Het accent ligt daar vaak niet op de getrainde danser maar op de explosieve b-boying, bewegingstrucs en niet al te lange bewegingsfrases van tweemaal acht maten die door de snelle montage nog eens benadrukt worden. Juist die snelle montage en cuts elimineren alle choreografische intenties. MTV programma’s visualiseren vormen van street, urban, hiphop en jazzdansstijlen. De bewegingen komen niet als vanzelfsprekend voort uit het concept van een lied of vanuit de lyrics. Jonge dansers moeten zich daar bewust van worden. Het dansen achter een popartiest leidt niet tot technische en artistieke groei van de danser. Primair gaat het dan om de videoclip te promoten en de muziek te verkopen. Je kunt als jonge danser niet succesvol zijn zonder focus op datgene wat je voor ogen staat. Fysiek en mentaal moeten de dansers bereid zijn hun dansante en technische ontwikkeling over meer dan vier jaar consistent uit te werken. In mijn rol als gastdocent en coach ben ik geïnteresseerd in vakbekwaamheid en probeer ik actief daar een bijdrage aan te leveren.

 

Benjamin Feliksdal

Feliksdal heeft een lange staat van dienst op het gebied van de dans en is van grote betekenis voor de danswereld in en buiten Nederland, na een danscarrière als eerste solist van 1960-1971 bij Het Nederlands Ballet, Het Nationale Ballet en van 1972 tot 1973 bij Het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. In 1971-1972 was Feliksdal als leraar ballet en jazzdans verbonden aan de academies te Rotterdam, Arnhem en aan de muziekschool in Amersfoort. In 1974 stichtte Feliksdal als een van de eerste danspedagogen in Amsterdam een particulier danscentrum met als dansvakken, jazzdans, tapdans, moderne dans en aanvullende theatervakken. Vanaf 1974-1987 werkte Feliksdal als artistiek directeur bij Benjamin’s modern jazzdance center, European School of Jazzdance, stichting Theatre Dance Workshop en de stichting Musical 1986, allen gevestigd te Amsterdam.

 

In de stichting Theatre Dance Workshop, streefde Feliksdal ernaar samen te werken met Amerikaanse danspedagogen en choreografen o.a. met Lou Conte(HSDC), Pattie Obey, Delia Stewart, Mary Jane brown, Carol Hess, Billy Wilson en Kathy Burke (Jerry Ames Tap Dance Company). In zijn choreografieën werkte hij ook samen met andere theater disciplines. In de periode 1975-1980 werkte hij veel samen met populaire televisieproducties zoals “Nederland Muziekland” en de ” Willem Ruis Shows” om de Jazzdans via dat medium te promoten. Vanaf 1987-1995 was Feliksdal actief een Modern Jazz Dance pionier in de voormalige Oostblok landen o.a. in Rusland, Oost-Duitsland en Bulgarije. Verder veel gevraagd dansdocent voor ballet, jazzdans en tapdans aan o.a Alvin Ailey’s American Dance center, Dance Theatre of Harlem, Gus Giordano Jazz Center, Bat –dor Dance Company, Kuopio Dance Festifal, Vaganova Ballet Academy,The National Institute for Performing Arts (GITIS), State Ballet school Berlin, Palucca Schule Desden, The Londen Contemporary Dance Center, The Moscow Chamber Ballet, en Les Ballet Jazz de Montreal.

 

Tijdens 1990-1991 werd Feliksdal benoemd tot artistiek directeur van het International Dance Project “Jonge Europeanen Dansen in Glasgow Culturele Stad van Europa.

Een belangrijk nieuw initiatief in 1980 was de oprichting van het Musical project 1986. Een gratis opleidingstraject voor jongeren in de leeftijd van 10 tot 14 jaar, 10 jongens en 10 meisjes, met als belangrijke supporter het dagblad “Het Parool” en als sponsor o.a. het Zaanse bedrijf “Albert Heijn”.

 

Jury lid
Daarnaast is Feliksdal sinds 1996 als Jurylid betrokken bij verscheidene Internationale Ballet Competities o.a:

  • TanzOlymp 2016: “Talent Garden 2.0” Genua Italy
  • TanzOlymp 2015 International Ballet Festival
  • TanzOlymp 2014 International Ballet Festival
  • Ballet Competition Varna 2010
  • Concorso Internazionale di Danza Modica, Italy 2009
  • Choreography Competition, Vitebsk, Belarus 1999
  • Choreography Competition, Vitebsk, Belarus 1997
  • International Ballet Competition Varna 1996
  • Concours International De Danse de Paris, France 1994

 

Vervolgens houdt hij zich bezig met communiceren over dans door het schrijven van methodieken die binnen het dansonderwijs gehanteerd kunnen worden. Door zijn jarenlange praktijkervaring prolongerend in het heden levert Feliksdal een bijdrage aan het dansonderwijs en aan ontwikkelingen in het professionele dans werkveld.